U bent hier

COVID-19 laatste update 25 november

Foto van het coronavirus

25 november, 2020

In dit nieuwsbericht vindt u de laatste updates over het coronavirus/COVID-19 die van belang zijn voor de huisartspraktijk. In het NHG-dossier Coronavirus vindt u adviezen die behulpzaam kunnen zijn in de dagelijkse praktijk van de huisarts. Voor vragen van het publiek verwijzen wij u naar Thuisarts.nl en het landelijke informatienummer 0800-1351.

Dossier Coronavirus • Laatste update

Update 25 november

Nieuwe ICPC code R83.03 Sars-CoV-2 (COVID-19)

Recent heeft het NHG een nieuwe versie van de ICPC-1 uitgebracht. Hierin is een nieuwe rubriek – R83.03, Sars-CoV-2 (COVID-19) – opgenomen voor patiënten met bewezen COVID-19. Lees hier meer over op ICPC | NHG.

Ook de thesaurus bestanden zijn aangepast. Hierdoor krijgt u bij verschillende zoekwoorden de relevante ICPC-rubrieken te zien, passend bij de registratieadviezen. De aangepaste registratieadviezen kunt u lezen in ‘Registratie in het EPD (ICPC)’.

Tenslotte is er een nieuwe versie van de NHG Tabel ICPC met attentiewaarde gepubliceerd. Bij patiënten waarbij R83.03 wordt geregistreerd, wordt automatisch een attentievlag (probleemstatus) toegevoegd.

Nieuw op 17 november

Reanimatie tijdens de COVID-19 pandemie

De reanimatieadviezen tijdens de COVID-19 pandemie zijn aangepast zodat ze in lijn zijn met die van de Nederlandse Reanimatieraad.

Sinds 19 oktober wordt geadviseerd om alle slachtoffers > 12 jaar met een circulatiestilstand bij een reanimatie te beschouwen als ‘Veronderstelde of bewezen COVID-19’, gezien de hoge prevalentie van COVID-19.

Dit betekent concreet voor de basale reanimatie:

Indien PBM beschikbaar:

  • Draag PBM: FFP-2 masker, spat- of veiligheidsbril, handschoenen, wegwerpoverall/jas met lange mouwen of wasbare jas met lange mouwen.
  • Trek na reanimatie PBM uit, pas handhygiëne toe en overweeg schone kleding aan te trekken.
  • Verschoon eigen kleding na reanimatie indien PBM beschadigd is.

Uitvoering reanimatie:

  • Start met ononderbroken thoraxcompressies en gebruik de AED.
  • Geef GEEN mond-op-mond/maskerbeademing.

Uitvoering reanimatie, indien er geen PBM beschikbaar zijn:          

  • Bedek, indien niet alle hulpverleners PBM dragen, de mond en neus van de patiënt met een stoffendoek/kledingstuk/mondkapje
  • Start met ononderbroken thoraxcompressies en gebruik de AED.
  • Geef GEEN mond-op-mond/maskerbeademing.

Als de prevalentie in de toekomst (regionaal) afneemt, zal de huisarts steeds opnieuw een afweging moeten maken tussen maximale zorg voor de patiënt enerzijds en veiligheid voor de huisarts anderzijds. Zie hiervoor ook het document ‘Reanimatie tijdens de COVID-19 pandemie’.

Nieuw op 3 november

Vitamine D en COVID-19

De afgelopen tijd is er in de media veel aandacht geweest voor een mogelijke relatie tussen vitamine D en COVID-19. Het NHG krijgt hier vragen over en u wellicht ook in de spreekkamer. Het advies van het NHG is overgenomen van de SWAB: “Op dit moment zijn er onvoldoende data om het gebruik van vitamine D aan- of af te raden in de behandeling of preventie van patiënten met COVID-19.”

Het NHG adviseert u om wel aandacht te hebben voor de ‘reguliere’ vitamine D-adviezen. In de LESA Laboratoriumdiagnostiek Vitamine D-deficiëntie vindt u bij welke personen de vitamine D-suppletie, ongeacht de vitamine D-spiegel, wordt aanbevolen. 

U kunt patiënten verwijzen naar de Thuisarts.nl-tekst ‘Ik heb misschien extra vitamine D nodig’.

Organisatie van zorg aan niet-coronapatiënten

Adviezen voor de organisatie van de zorg aan niet-coronapatiënten zijn aangepast aan de huidige fase van de pandemie. Lees meer hierover in ‘Zorg aan niet-coronapatiënten’.

Nieuw op 30 oktober

Reanimatie tijdens de COVID-19 pandemie

Het document reanimatie tijdens de COVID-19 pandemie is op 29-10 aangepast. De mogelijkheid van beademen met een ballon is geschrapt, in afstemming met de Reanimatieraad en de kaderhuisartsen spoedzorg. Reden is dat de meeste huisartsen niet bekwaam zijn om ballonbeademing goed toe te passen.

Nieuw op 28 oktober

Medewerkers van de huisartsenpraktijk met klachten na een negatieve antigeensneltest

De inzet van medewerkers van de huisartsenpraktijk met klachten na een negatieve antigeensneltest is in afstemming met het RIVM aangepast:

Medewerkers van de huisartsenpraktijk met milde klachten (zonder koorts/benauwdheid/hoesten) en een negatieve antigeensneltest, die in afwachting zijn van de uitslag van de PCR-test, mogen in uitzonderingssituaties, waarbij de continuïteit van zorg in het geding komt door dreigende personele krapte aan het werk. Voorwaarde hierbij is dat zij altijd een chirurgisch mondneusmasker IIR dragen en bij persoonlijke verzorging en lichamelijk onderzoek ook handschoenen dragen. Lees meer over antigeen(snel)testen in het document ‘Antigeen(snel)testen COVID-19’ en op ‘Inzet en testbeleid zorgmedewerkers’.

Diabeteszorg tijdens COVID-19 pandemie

Door de COVID-19 pandemie is het lastiger om de diabeteszorg in de huisartspraktijk goed vorm te geven. Om mensen met diabetes toch goed in beeld te houden en de noodzakelijke zorg te bieden, heeft DiHAG-Langerhans hierover het hulpdocument ‘Diabeteszorg tijdens COVID-19 pandemie’ gemaakt.

Nieuw op 23 oktober

Het beleid voor een zorgmedewerker met klachten in afwachting van een PCR test is verduidelijkt.
Zorgmedewerkers met klachten dienen thuis te blijven tot de uitslag bekend is. Als deze persoon koorts en/of benauwdheidsklachten heeft, dan moeten ook alle huisgenoten thuisblijven tot na de testuitslag.
Zorgmedewerkers zonder klachten, die om andere redenen getest worden mogen wel bij hoge uitzondering en alleen als de continuïteit van zorg in het geding komt blijven werken, indien zij altijd een chirurgisch mondmasker IIR dragen en bij persoonlijke verzorging en lichamelijk onderzoek ook handschoenen dragen. Zie voor uitgebreidere informatie Inzet en testbeleid zorgmedewerkers en de LCI bijlage Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Nieuw op 21 oktober

Antigeen(snel)testen COVID-19

De diagnose COVID-19 wordt in de eerste lijn gesteld op basis van een positieve PCR-test. Door de toegenomen vraag naar testen is de huidige PCR-testcapaciteit in de GGD-teststraten te beperkt om aan de volledige vraag te kunnen voldoen. Dit leidt tot knelpunten bij het snel en tijdig inplannen, testen en terugrapporteren van de uitslag van de PCR-test. Er is een grote vraag naar alternatieven in de vorm van snellere testen, ook onder huisartsen. Er zijn daarom veel vragen over de antigeen(snel)testen. In het document ‘Antigeen(snel)testen COVID-19’ kunt u hier meer over lezen. Zie ook ‘Aanvullend onderzoek’.

Voor het stellen van de diagnose COVID-19 bij personen met klachten in de huisartsenpraktijk heeft de PCR-test nog steeds de voorkeur boven de antigeen(snel)test. 

Indien u gebruik maakt van een antigeen(snel)test, dan adviseren wij het volgende:

  1. Gebruik een antigeen(snel)test alléén bij personen met klachten die kunnen passen bij COVID-19, bij voorkeur in de eerste week van ziek zijn. 
  2. Maak géén gebruik van antigeen(snel)testen bij personen zonder klachten of symptomen.
  3. Indien u een antigeen(snel)test gebruikt, let dan op de ‘randvoorwaarden voor uitvoeren van antigeensneltesten’ (zie kader onderin het document ‘Antigeen(snel)testen COVID-19’waaronder het gebruik van een gevalideerde sneltest.
  4. Draag bij afname en verwerking van de test volledige PBM (zie Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)). 
  5. Interpreteer een positieve sneltest bij personen met klachten of symptomen als voldoende bewijs voor COVID-19; geef de bijbehorende adviezen en meld de infectie bij de GGD. Voor de maatregelen naar aanleiding van een melding van een bevestigde patiënt, zie de LCI-richtlijn COVID-19.
  6. Controleer een negatieve sneltest bij personen met klachten of symptomen met een PCR-test. 
  7. Adviseer zorgmedewerkers met klachten en een negatieve sneltest in afwachting van de uitslag van de PCR test om de adviezen van de LCI te volgen: totdat de testuitslag bekend is, moet de persoon met klachten thuisblijven. Als deze persoon koorts en/of benauwdheid heeft, dan moeten ook alle huisgenoten thuisblijven tot na de testuitslag.

Nieuw op 19 oktober

PBM tijdens non-COVID-zorg

De aanbevelingen t.a.v. PBM tijdens non-COVID-zorg zijn aangepast. Vanwege de hoge prevalentie COVID-19 in Nederland wordt in aanvulling op de basisset algemene preventieve adviezen (triage, 1,5m afstand, hygiëneadviezen, thuisblijven & testen bij klachten) het preventief gebruik van mondneusbescherming in de non-COVID-zorg geadviseerd. Dit advies is aanvullend op de reeds bestaande adviezen in Persoonlijke beschermingsmiddelen en wordt uitgebreider besproken in het achtergronddocument ‘Preventief gebruik PBM bij patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19‘. Tevens is het stroomdiagram ‘Telefonische scheiding patiëntenstromen non-COVID-19 en (mogelijk) COVID-19‘ hier op aangepast.

Voor het preventief gebruik van mondneusbescherming in de non-COVID-zorg zijn de volgende overwegingen van belang:

  • Met triage op klachten blijken in de huisartsenpraktijk, om uiteenlopende redenen, een deel van de symptomatische personen (of personen met een recent risicocontact COVID-19) niet geïdentificeerd.
  • Met het stijgen van de prevalentie wordt de kans op het treffen van een pre- of asymptomatische persoon met COVID-19 hoger.
  • In de recent aangepaste Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS adviseert men om bij patiënten waarbij er géén vermoeden is van COVID-19 preventief gebruik te maken van een chirurgisch mondneusmasker of een face shield indien er sprake is van een langer durend contact (>15min) binnen <1,5m. Huisartsenconsulten duren veelal niet langer dan 15 minuten, maar huisartsen hebben veel contacten per dag met verschillende patiënten (o.a. patiënten die behoren tot een risicogroep voor een gecompliceerd beloop).
  • De handelingen die huisartsen verrichten zijn divers van aard en variëren van weinig risico op transmissie tot risicovolle handelingen afhankelijk van de aard van de handeling en de intensiteit van het contact.

Aanbevelingen

  1. Gebruik bij patiënten zonder vermoeden van COVID-19 preventief mondneusbescherming tijdens het spreekuur.
    • Draag uw gehele werkdag (continu preventief) een chirurgisch mondneusmasker IIR of een face shield.

      OF
    • Draag alléén als u binnen 1,5 meter moet komen (risicogestuurd preventief) een chirurgisch mondneusmasker IIR of een face shield.

      Gebruik een mondneusmasker maximaal 3 uur aaneengesloten; verwissel het eerder als het nat is geworden.
  2. Gebruik bij risicovolle handelingen en bij procedures die een groot risico op druppelvorming/spatten naast een chirurgisch mondneusmasker type IIR tevens een beschermende bril of een face shield. Bij voorkeur in combinatie met beschermende schort en wegwerphandschoenen. 

Lees meer over de voor- en nadelen van een face shield in vergelijking tot een mondneusmasker in ‘Gebruik van PBM’.

Alle reanimaties volgens COVID-19 richtlijnen

Momenteel is de prevalentie van COVID-19 dermate hoog dat het advies is om alle slachtoffers > 12 jaar met een circulatiestilstand bij een reanimatie te beschouwen als ‘Veronderstelde of bewezen COVID-19’. Zie ook Reanimatie ten tijde van COVID-19 en het document ‘Reanimatie ten tijde van de COVID-19 pandemie’. Dit advies volgt het besluit hierover van de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) op 9-10-2020.

Landelijke lancering CoronaMelder

  • Zaterdag 10 oktober heeft het ministerie van VWS De Coronamelder-app gelanceerd. De app stuurt een bericht als de gebruiker enige tijd in de buurt – binnen anderhalve meter – is geweest van iemand die besmet is met het coronavirus. Ook geeft de app advies over wat men dan het beste kan doen.  
  • In de app wordt verwezen naar Thuisarts.nl als onderdeel van het handelingsperspectief van de gebruiker. Krijgt u vragen van patiënten over de app of de notificaties, dan kunt u verwijzen naar de helpdesk. Deze is bereikbaar via het gratis telefoonnummer 0800-1280. De helpdesk is dagelijks open van 8-20 uur. Verder vindt u op coronamelder.nl antwoorden op de meest gestelde vragen. 

CoronaMelder gebruik door zorgmedewerkers tijdens spreekuren met PBM  

De Coronamelder-app kan niet herkennen of een genotificeerde adequate PBM draagt ten tijde van een contact met een (later) bevestigde COVID-19.  Om onterechte notificaties te vermijden, adviseren wij u om de app tijdelijk te pauzeren tijdens spreekuren/contacten waarbij volledige PBM (dus chirurgisch mondmasker IIR, oogbescherming, handschoenen en schort) wordt gedragen, zodat de app tijdelijk geen codes uitwisselt met andere telefoons. Zie ook: https://lci.rivm.nl/lci.rivm.nl/covid-19/bijlage/zorgmedewerkersinzetentestbeleid.  

Handreiking voor op- en afschalen reguliere poliklinische zorg

De FMS heeft op 13 oktober de Handreiking voor keuzes bij het op-/afschalen van reguliere poliklinische zorg ten tijde van schaarste in de COVID-19 pandemie gepubliceerd. Met input van NHG, LHV en de Patiëntenfederatie Nederland is deze handreiking door de Federatie Medisch Specialisten en de wetenschappelijke verenigingen opgesteld.

De handreiking biedt handvatten aan medisch specialisten en de besturen van zorginstellingen om de reguliere poliklinische zorg zo veel mogelijk te behouden. Hoewel ongewenst, is het afschalen van zorg tijdens deze tweede golf soms onvermijdelijk. De handreiking geeft adviezen over het veilig afschalen van zorg. Ook wijst de handreiking op het belang van het maken van goede afspraken tussen medisch specialisten, ziekenhuizen en huisartsen over de mogelijkheden van verwijzing en follow-up van patiënten.

Nieuw op 13 oktober 

Antigeen(snel)testen

Op dit moment worden verschillende antigeen(snel)testen gevalideerd voor de Nederlandse situatie. In een aantal GGD-teststraten vindt onderzoek plaats door bij patiënten zowel een PCR als een antigeen(snel)test uit te voeren.
Een aantal van deze antigeen(snel)testen heeft goede testeigenschappen (sensitiviteit en specificiteit), vooral wanneer de test wordt uitgevoerd in de eerste week van klachten. Niet alle patiënten die besmet zijn met SARS-CoV-2 worden gedetecteerd, het betreft vooral die patiënten waarbij sprake is van een aanzienlijke viral load en die dus besmettelijk zijn. De sensitiviteit, het vermogen om SARS-CoV-2 aan te tonen, bij asymptomatische patiënten is onbekend.
Voordat de antigeen(snel)testen in huisartsenpraktijken ingezet kunnen worden, is verder onderzoek nodig naar de mogelijkheden voor èn gevolgen van toepassing van antigeen(snel)testen in de verschillende klinische domeinen (publieke gezondheidszorg, huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, verpleeghuizen etc.). Aan de hand daarvan kan een stappenplan voor de inzet van deze nieuwe testvorm gemaakt worden. Voorbeelden van vragen die nog uitgewerkt moeten worden, zijn:

  • Welke beschermende maatregelen dienen gebruikt te worden bij het inzetten van deze test?
  • Moeten testuitslagen bevestigd worden met een PCR-test?
  • Hoe wordt de meldplicht geborgd?
  • Hoe moet de implementatie/verstrekking van deze antigeen(snel)testen gaan verlopen?

NHG en LHV blijven betrokken bij de implementatie van antigeen(snel)testen en stemmen af met GGD en RIVM. Wij houden u op de hoogte. Lees ook ‘Covid-19: hoe betrouwbaar zijn sneltesten?’

Nieuw op 6 oktober

Aanpassing advies spirometrie

Door de sterke toename van het aantal COVID-19 besmettingen in Nederland is het advies ten aanzien van spirometrie in de eerste lijn op initiatief van de NHG-Expertgroep CAHAG in overleg met het NHG en de NVALT per direct aangepast:

  • Verricht geen spirometrie in de huisartsenpraktijk.
  • Behandel voorlopig de patiënten met een sterk vermoeden op astma en COPD als zodanig.
  • Wees terughoudend met het doorverwijzen van patiënten voor een diagnostische spirometrie, tenzij dit klinisch noodzakelijk is en in overleg met de longarts.

Lees meer hierover in ‘Spirometrie tijdens piekprevalentie coronavirus pandemie’.

Verruiming regelgeving bij herregistratie vanwege COVID-19

Het College Geneeskundig Specialismen (CGS) heeft de regelingen rond herregistratie en opleiding van maart dit jaar verruimd. U vindt deze coulanceregeling voor herregistratie op de KNMG-website. Hier vindt u ook de veelgestelde vragen over herregistratie in tijden van COVID-19 en een samenvattende tabel herregistratie-eisen vanwege COVID-19. 

Alcoholgebruik tijdens de coronacrisis

Het Trimbos-instituut heeft de infosheet Alcoholgebruik tijdens de coronacrisis gepubliceerd. Deze infosheet geeft informatie over het alcoholgebruik tijdens de coronacrisis en wat je hieraan kunt doen als professional. De infosheet gaat in op de verschillende fases van de coronacrisis, wat we nu weten over het alcoholgebruik voor en na de crisis, wat de risicogroepen zijn en waarom het belangrijk is om juist nu als professional problematisch alcoholgebruik te signaleren. In het NHG-dossier coronavirus (zie Psychosociale zorg) vindt u meer informatie die u kan helpen bij de psychosociale zorg in de huisartsenpraktijk gedurende de coronacrisis.

Nieuw op 29 september

Praktische tips voor PBM bij non-COVID-19 patiënten

De prevalentie van COVID-19 neemt toe. Om ervoor te zorgen dat de non-COVID-19 zorg zo veel mogelijk doorgang houdt, ook tijdens de tweede coronagolf, en verdere verspreiding te beperken geeft het NHG praktische overwegingen met betrekking tot gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) in aanvulling op de reeds bestaande aanbevelingen in ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen’.

Bijvoorbeeld in de volgende gevallen kunnen aanvullende beschermende maatregelen wenselijk zijn: 

  • U werkt in een gebied met een hoge prevalentie van COVID-19 (zie Achtergronden). 
  • U werkt met patiëntencategorieën waarin de prevalentie van COVID-19 verhoogd is. 
  • U verleent ook zorg aan personen die extra kwetsbaar zijn. 
  • U behoort zelf tot een kwetsbare categorie. 
  • U wilt niet bij elke patiënt de afweging maken of PBM geïndiceerd zijn. 
  • U wilt uzelf, andere praktijk medewerkers en patiënten extra beschermen, bijvoorbeeld om uitval te voorkomen.   

Overweeg dan tijdens alle non-COVID-zorg het volgende:  

  • Aanvullende PBM voor zorgverleners
    Overweeg routinematig een doktersjas te dragen tijdens het spreekuur met daarnaast een van de volgende opties:
    • Draag uw gehele werkdag een chirurgisch mondneusmasker IIR. Vul dit aan met een bril/faceshield en zo nodig handschoenen als u binnen 1,5 meter komt, bijvoorbeeld voor lichamelijk onderzoek. 

      OF

    • Draag alléén als u binnen 1,5 meter moet komen een chirurgisch mondneusmasker IIR met een beschermende bril/faceshield en zo nodig handschoenen. 

      Gebruik een masker maximaal 3 uur aaneengesloten; verwissel het eerder als het nat is geworden.
  • PBM voor bezoekers van de praktijk 
    • Verzoek iedereen die de praktijk binnengaat een (niet medisch) mondneusmasker te gebruiken en de handen te desinfecteren. 

Bij risicovolle handelingen en bij procedures met groot risico op druppelvorming/spatten bij patiënten zonder verdenking op COVID-19 volgt u de bestaande aanbevelingen in ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen’. Hier staan ook de verdere randvoorwaarden en eisen benoemd.  

Dexamethason bij COVID-19 in de eerste lijn

Het NHG heeft een literatuuronderzoek uitgevoerd over het gebruik van dexamethason als behandeling bij COVID-19 patiënten in de eerste lijn. We zijn gekomen tot de volgende aanbevelingen: 

  • Het toedienen van dexamethason aan COVID-19 patiënten in de eerste lijn wordt niet aanbevolen wegens het ontbreken van bewijs voor effectiviteit in de eerste lijn.
  • Voor het toedienen van dexamethason bij zuurstofbehoeftige COVID-19 patiënten die zuurstofondersteuning krijgen in de thuissetting en die niet opgenomen willen worden, wordt consultatie van een longarts aanbevolen. 

Nieuw op 24 september

Kinderen en COVID-19

Gegevens van het RIVM laten zien dat zowel voor kinderen van 0 t/m 6 jaar als voor de leeftijdscategorie 7 t/m 12 jaar het percentage positieve testen laag is; 0,8%. Het percentage positief geteste kinderen in het kader van bron en contactonderzoek is daarentegen een stuk hoger. Dit komt overeen met het algehele beeld: het percentage coronavirus-positieve testen is het hoogst bij mensen die bij klachten getest worden in het kader van bron- en contactonderzoek, namelijk 17,0%. Meer informatie leest u in ‘Kinderen en COVID-19’. Recent heeft het RIVM de maatregelen voor kinderen van 7 t/m 12 jaar met alleen verkoudheidsklachten gewijzigd ten aanzien van testen en thuisblijven. 

Het NHG past, in afstemming met het RIVM, de leeftijdsgrens voor kinderen met alleen verkoudheidsklachten ten aanzien van het gebruik van PBM als volgt aan:

  • Kinderen t/m 12 jaar met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) kunnen zonder PBM gezien worden indien:
    • ze géén contact zijn van een bevestigde COVID-19 patiënt én
    • ze géén volwassen gezinslid hebben met klachten passend bij COVID-19 én
    • er géén sprake is van hoesten en/of benauwdheid en/of koorts
  • Bij kinderen vanaf 13 jaar met vermoeden van COVID-19 worden net als bij volwassenen persoonlijke beschermingsmiddelen voor druppel- en contactisolatie aanbevolen.

Nieuw op 4 september

  • De informatie over het reinigen en desinfecteren van een voorzetkamer is verduidelijkt en uitgebreid. Zie voor het gehele advies ten aanzien van de reiniging van de voorzetkamer Spirometrie tijdens pandemie coronavirus. Gebruik bij voorkeur een voorzetkamer die uit elkaar kan omdat deze makkelijker te desinfecteren zijn, of patiëntgebonden voorzetkamers. Tevens wordt het bij voorzetkamers van kunststof aanbevolen om na reiniging en desinfectie de voorzetkamer te spoelen met water en zeepsop in verband met de statische lading.  
  • Het advies ten aanzien van vernevelen in de eerste lijn ten tijde van de COVID-19 pandemie is verduidelijkt. Vernevelen wordt afgeraden omdat het een aerosolvormende handeling betreft met een hoog risico op contaminatie van de gehele ruimte en eventuele omstanders. Het advies is om in plaats van vernevelen maximaal gebruik te maken van alternatieve medicatie. 
  • Het RIVM heeft het beleid ten aanzien van testen en inzetten van zorgmedewerkers aangepast. Het beleid is nu eenduidiger en aangepast in lijn met het algemeen verscherpt quarantainebeleid. Daarnaast is de quarantaineperiode verkort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Voor meer informatie zie Inzet en testbeleid zorgmedewerkers.

Nieuw op 28 augustus

Vanuit het NHG is een literatuuronderzoek verricht naar het effect van deze hydroxychloroquine-(combinatie)therapie als behandeling bij patiënten in de eerste lijn met (een vermoeden van) COVID-19. Het advies van het NHG is om HCQ-(combinatie)therapie niet te gebruiken bij de behandeling van niet-gehospitaliseerde patiënten met COVID-19. De aanbevelingen, methodologie en details van de onderzoeken vindt u in het corona dossier.

Nieuw op 19 augustus

Deelnemen aan bijeenkomsten, trainingen en dergelijke
Het is uw eigen afweging om al dan niet deel te nemen aan fysieke bijeenkomsten. Het advies van de LHV voor bijeenkomsten voor en met huisartsen blijft ongewijzigd, en dat is: ga uit van de basisregels van de overheid. Vermijd drukte, houd anderhalve meter afstand van anderen en voor bijeenkomsten binnen geldt maximaal 100 personen per ruimte met vaste zitplaatsen (exclusief personeel). De voorkeur gaat uit naar virtuele bijeenkomsten. Omdat u als huisarts door uw werk een bijzondere positie inneemt, adviseren wij u extra voorzichtig te zijn. Blijf daarom steeds uw eigen zorgvuldige afweging maken over de noodzaak van een bijeenkomst, voordat u met een groep huisartsen bij elkaar komt voor bijvoorbeeld scholing. Neem daarbij ook in uw overweging mee of de aanwezige huisartsen/zorgverleners allemaal uit één regio komen, gezien het belang om de continuïteit van zorg te kunnen garanderen.

Nieuw op 18 augustus

In de LCI-richtlijn COVID-19 zijn nieuwe adviezen opgenomen over het testbeleid bij zorgmedewerkers die terug komen uit oranje of rode risicogebied/-land.

Update 17 augustus

Patiënten met aanhoudende klachten na COVID-19 kunnen per 18 juli op basis van tijdelijke aanspraak in aanmerking komen voor herstelzorg vanuit de basisverzekering. Dit betreft zowel lopende als nieuwe behandeltrajecten. Er gelden een aantal voorwaarden, waaronder verwijzing door huisarts of medisch specialist en deelname aan wetenschappelijk onderzoek. Verder dienen betrokken paramedici na 3 maanden rapportage uit te brengen aan de huisarts. Het KNGF heeft een factsheet gepubliceerd met een overzicht van de ‘indicaties voor eerstelijns paramedische herstelzorg bij COVID-19’. 

Update 7 augustus

Zorgaanbieders hebben allerlei vormen van communicatie ontwikkeld en tot uitvoering gebracht in het kader van het weer opstarten van de reguliere zorg. In de NZa-Special: ‘Communicatie met patiënten in coronatijd’ presenteert de Nederlandse Zorgautoriteit in samenwerking met de Patiëntenfederatie Nederland, het RIVM en het ministerie van VWS voorbeelden van communicatie naar patiënten uit de diverse sectoren. Elk van die voorbeelden heeft het RIVM geanalyseerd en de resultaten daarvan zijn omgezet in concrete handvatten voor de zorgaanbieder die de communicatie met patiënten wil verbeteren of uitbreiden.

Update 31 juli

Het stroomdiagram ‘Telefonische scheiding patiëntenstromen non-COVID-19 en (mogelijk) COVID-19’ (pdf) is toegevoegd aan de Telefonische triage. In het stroomdiagram zijn de redenen voor thuisquarantaine opgenomen en zijn de klachten passend bij COVID-19 aangescherpt.  

Update 29 juli

Bij behoefte aan serologische diagnostiek geldt het advies om niet eerder dan 14 dagen - in plaats van de voorheen genoemde 10 dagen - na de eerste ziektedag deze bepaling aan te vragen en bij voorkeur pas na 3 tot 4 weken. Zie voor meer informatie het Advies serologische antilichaamtests naar COVID-19.

Update 21 juli

Patiënten met luchtwegklachten in de wachtkamer

In een eerdere fase van de epidemie met een hoge incidentie van COVID-19 is men op veel plaatsen in de eerste lijn overgegaan op het scheiden van patiëntenstromen, bijvoorbeeld door te voorzien in een aparte wachtkamer, een apart spreekuur voor patiënten met vermoeden van COVID-19, soms zelfs op een andere locatie.

Op dit moment zijn de incidentiecijfers van COVID-19 in Nederland laag. Het is niet voor alle praktijken haalbaar en noodzakelijk om deze aparte voorzieningen in stand te houden. Op ‘Patiënten met (vermoeden van) COVID-19 in de wachtkamer’ leest u welke afwegingen u kunt maken bij het inplannen van een consult.

Reanimatie ten tijde van COVID-19

De besmettelijkheid van het coronavirus en de mogelijke gevolgen daarvan voor de huisarts, maken dat de wijze waarop de reanimatie wordt uitgevoerd tijdelijk aangepast dient te worden.

Aangezien de prevalentie van COVID-19 in de tijd, maar ook per regio kan wisselen, zal door de huisarts steeds een afweging gemaakt moeten worden tussen maximale zorg voor de patiënt enerzijds en veiligheid voor de huisarts anderzijds. Hierbij speelt ook de kans dat een patiënt COVID-19 heeft mee. Het document ‘Reanimatie ten tijde van COVID-19’ geeft de huisarts handvatten welke afwegingen te maken omtrent de wijze van reanimeren en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Spirometrie tijdens pandemie coronavirus

Er zijn veel vragen vanuit het veld ten aanzien van het heropstarten van het spirometrie onderzoek. Er zijn diverse richtlijnen beschikbaar en recent zijn door de NHG-Expertgroep CAHAG (aanvullende) adviezen geformuleerd over de uitvoering van een spirometrie. Een samenvatting van alle geldende adviezen vindt u in ‘Spirometrie tijdens pandemie coronavirus’.

Belangrijke punten hierin zijn:

  • Verricht enkel spirometrie als hiermee een duidelijke zorgvraag beantwoord wordt.
  • Voer geen spirometrie uit bij enig vermoeden op een actieve verkoudheid (zoals hoestklachten of koorts). Het vooraf verrichten van een PCR COVID-19-test is geen alternatief, dit in verband met de kans op een fout-negatieve uitslag.
  • Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen (chirurgisch masker IIR in combinatie met face shield of bril), of neem plaats achter een spatscherm.
  • Gebruik altijd een bacteriefilter. Let op dat het gebruik van niet standaard meegeleverde filters de uitslag kan beïnvloeden.
  • Gebruik wegwerp neusklemmen en mondstukken, desinfecteer de overige materialen met alcohol na huishoudelijke reiniging volgens de geldende voorschriften. Neem contact op met de fabrikant bij twijfel over de wijze van desinfectie van een specifiek onderdeel.
  • Zorg voor adequate continue ventilatie en lucht voldoende tussen spirometrie-testen door, afhankelijk van de mogelijkheden in de praktijk.
  • Verwijs voor spirometrie indien het onderzoek niet volgens deze adviezen kan worden uitgevoerd.

Ergotherapie Nederland heeft recent de samenvatting van de Handreiking Ergotherapie bij COVID-19 cliënten in de herstelfase gepubliceerd. Ergotherapie richt zich op patiënten die, als gevolg van het doormaken van COVID-19, langdurige of blijvende beperkingen ondervinden in het dagelijks functioneren op het gebied van zes verschillende domeinen:

  • Longproblematiek bij dagelijkse activiteiten
  • Gevolgen van langdurige immobilisatie in dagelijkse activiteiten, zoals verminderde spierkracht, vermoeidheid, problemen met de arm-handfunctie en (risico op) decubitus, oedeem en contracturen.
  • Cognitieve problematiek bij dagelijkse activiteiten
  • Psychische klachten, slaapproblemen en de gevolgen voor de uitvoer van dagelijkse activiteiten
  • Werkhervatting
  • (Over)belasting van de mantelzorger in dagelijkse activiteiten.

Update 30 juni

Kinderen en COVID-19

Op basis van gegevens van GGD’en blijkt dat kinderen van 0-17 jaar 0,9% van alle gemelde patiënten met COVID-19 in Nederland vertegenwoordigen, terwijl zij 20,7% van de bevolking uitmaken. Ook internationaal onderzoek bevestigt dat het percentage kinderen onder de bevestigde COVID-19 patiënten klein is, variërend van 1% bij jongere kinderen tot 6% bij oudere kinderen. Daarnaast laat internationaal onderzoek zien dat bij clusters van patiënten bijna altijd volwassenen de bronpatiënt zijn. De Nederlandse gegevens bevestigen dit beeld: kinderen spelen een kleine rol in de verspreiding van het nieuwe coronavirus. Meer informatie leest u in Kinderen en COVID-19.

Het NHG komt, in afstemming met het RIVM, tot onderstaande adviezen voor kinderen met klachten passend bij COVID-19 t.a.v. gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Kinderen t/m 6 jaar met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) kunnen zonder PBM gezien worden indien:
    • ze géén contact zijn van een bevestigde COVID-19 patiënt én
    • ze géén volwassen gezinslid hebben met klachten passend bij COVID-19 én
    • er géén sprake is van hoesten en/of benauwdheid al dan niet met koorts.
  • Bij kinderen vanaf 7 jaar met vermoeden van COVID-19 worden net als bij volwassenen persoonlijke beschermingsmiddelen voor druppel- en contactisolatie aanbevolen.
  • Als de klachten van een kind als herkenbaar onveranderd passen bij een reeds bestaande aandoening (zoals hooikoorts of astma), zijn PBM niet nodig.

 

Update 26 juni

Organisatie van het vaccinatiespreekuur in de huisartsenpraktijk in tijden van COVID-19
Het NHG publiceert vandaag een addendum bij de NHG-Praktijkhandleidingen ‘Griepvaccinatie’ en ‘Pneumokokkenvaccinatie’. Het addendum biedt extra invulling en handvaten om de organisatie van het vaccinatiespreekuur zo veilig (voor patiënt en zorgverlener) en efficiënt mogelijk (gezien de omstandigheden) in te vullen. Meer informatie leest u in het nieuwsbericht Vaccinatiespreekuren in tijden van COVID-19.
 

Update 25 juni

Voor het bieden van psychosociale zorg aan naasten van patiënten met ernstige COVID-19, zijn een drietal documenten ontwikkeld door een multidisciplinaire werkgroep namens PZNL in samenwerking met ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum.

Update 24 juni

  • De informatie over de symptomatologie van COVID-19 is geactualiseerd. Een groot deel van de patiënten met COVID-19 presenteert zich met koorts en luchtwegklachten (hoesten en/of kortademigheid); daarnaast wordt een breed palet aan klachten gemeld. De frequentie waarin de symptomen worden gemeld, wisselt sterk per studie en de populatie die onderzocht is.
  • Waar in het begin van de pandemie voornamelijk de klassieke luchtwegklachten bij ernstig zieke COVID-19-patiënten als typerend voor het ziektebeeld COVID-19 werden beschouwd, wordt uit latere studies duidelijk dat COVID-19 zich ook kenmerkt op basis van niet-respiratoire symptomen. Zo zijn anosmie/ageusie en koorts in alle studies onderscheidend en worden ook spierpijn, vermoeidheid en anorexie/verminderde eetlust genoemd.
  • Sinds de coronapandemie is het van belang om bij alle patiënten die gezien moeten worden te beoordelen of (mogelijk) sprake is van COVID-19. Dit heeft gevolgen voor het gebruik van PBM tijdens de verschillende spreekuren en visites. In ‘Telefonische triage’ staat een advies naar welke klachten gevraagd kan worden die verdacht zijn voor COVID-19. Hierin zijn kleine aanpassingen gedaan waarbij de informatie over de symptomatologie verwerkt is.

Update 23 juni

  • De risicogroepen voor COVID-19 zijn aangepast op de volgende punten:
    • De nieuwe definitie voor hartaandoeningen is: “mensen met een chronische stoornis van de hartfunctie, die daardoor in aanmerking komen voor griepvaccinatie”. Zij hoeven dus niet meer onder behandeling van een cardioloog te zijn.
    • Bij de risicogroep mensen die ouder zijn dan 70 jaar is o.a. de volgende verduidelijking toegevoegd: “Kwetsbare ouderen die moeite hebben om hun zelfredzaamheid te behouden, lopen meer risico dan vitale ouderen. Kwetsbaarheid neemt toe met de leeftijd en kan zich uiten op verschillende gebieden.”

Update 12 juni

  • Inzet en testbeleid zorgmedewerkers
    In de huidige fase van de uitbraak wordt ingezet op maximale controle van COVID-19 onder andere door intensieve contactopsporing. Daarom heeft het RIVM het beleid ten aanzien van testen en inzetten van zorgmedewerkers op een aantal punten gewijzigd:
    • De symptomen passend bij COVID-19 zijn verruimd. Een onderbouwing hiervoor is te vinden op de website van het RIVM.
    • Voor alle zorgmedewerkers met klachten die getest worden, geldt om thuis te blijven totdat de testuitslag bekend is. Hierbij wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen medewerkers met of medewerkers zonder koorts. De reden voor deze aanpassing is dat er voldoende testcapaciteit is, er dus snel getest kan worden en de testuitslag snel bekend is, in principe binnen 24 uur.
    • Er is toegevoegd wat een zorgmedewerker moet doen als die een huisgenoot of nauw contact heeft die COVID-positief is of die koorts en/of benauwdheid heeft. Dit komt voort uit het verder uitgebouwde beleid rondom bron- en contactonderzoek.  
       

Updte 9 juni

  • Informatie over de nazorg na een COVID-19 infectie is uitgebreid n.a.v. de leidraad Nazorg voor patiënten met COVID-19.
  • De kaderhuisartsen van de HartvaatHAG hebben een advies gepubliceerd voor het opstarten van de ketenzorg na de corona-lockdown.
  • Coronatesten bij de huisarts ook volledig vergoed
    Het ministerie van VWS geeft met een factsheet duidelijkheid over de uitgangspunten voor de financiering van coronatesten. Lees meer over de financiering van coronatesten bij de huisarts op de website van de LHV.
  • In veel huisartsenpraktijken is de laatste weken de werkwijze weer aangepast ten opzichte van het hoogtepunt van de corona-uitbraak. Het is belangrijk dat patiënten weten hoe het precies in uw praktijk is geregeld. Dat helpt ook om begrip te kweken onder patiënten over de beperkingen waar u mee te maken heeft in de zorgverlening en de praktijkvoering. Hoe zorgt u dat de patiënten goed op de hoogte zijn van de bereikbaarheid en werkwijze in uw praktijk? De LHV geeft hiervoor een aantal tips. Ook de NZa heeft een handige informatiekaart.

 

Update 5 juni

  • In de leidraad zuurstofgebruik thuis bij (verdenking op / bewezen) COVID-19 is een lijst toegevoegd naar gecontracteerde leveranciers van zuurstof per verzekeraar met hun contactgegevens. 
  • Het testbeleid met PCR is verduidelijkt. Sinds 1 juni is het landelijk beleid dat iedereen met vermoeden van COVID-19 zich kan laten testen. Met de GGD zijn afspraken gemaakt wie welke patiënten test. Zie voor meer informatie over de rolverdeling het nieuws van 29 april op de LHV-site. Dit betekent dat ook in de huisartsenpraktijk op ruimere schaal getest gaat worden en dat diagnostiek naar COVID-19 niet meer alleen ingezet wordt indien daarvoor een strikt medische indicatie bestaat. Zie Aanvullende onderzoek. De reden ‘'Diagnostiek voor organisatie van zorg’' is ongewijzigd.  
  • Ventileren. Na het (luchtweg)spreekuur wordt aangeraden de ruimte extra goed te ventileren, indien mogelijk door middel van aanvoer van verse lucht (open raam). Meer informatie over ventileren van de spreekuurruimtes volgt later deze maand.  
      

Update 29 mei

  • Informatie over de besmettelijke periode en besmettelijkheid is aangepast, op basis van een pico die is uitgezocht door twee aios huisartsgeneeskunde van het Amsterdamumc. Ook vindt u wanneer volgens de LCI-richtlijn de isolatie van een patiënt met COVID-19 in de thuissituatie kan worden opgeheven.
  • Het is de verwachting dat een deel van de COVID-19 patiënten fysieke, cognitieve en/of psychische klachten zal krijgen. Adequate nazorg voor deze patiënten is essentieel. De FMS heeft op 28 mei de leidraad ‘Nazorg voor patiënten met COVID-19’ (pdf) gepubliceerd. In de leidraad zijn adviezen opgenomen voor de nazorg voor COVID-19 (verdachte) patiënten die behandeld zijn in de eerste lijn en patiënten die opgenomen zijn geweest in het ziekenhuis. 
  • Het natuurlijk herstel van COVID-19 zal waarschijnlijk enige tijd in beslag nemen, waarbij het beloop nog niet voorspelbaar is. Het is de verwachting dat een groot deel van de patiënten die in de eerste lijn zijn behandeld, zal herstellen zonder verdere specifieke ondersteuning of begeleiding. Voor patiënten met aanhoudende klachten is het advies om patiënten met een (vermoeden van) COVID-19 voor te lichten over het mogelijk aanhouden van klachten na initieel herstel en laagdrempelig contact met hen te houden in de herstelperiode. In de leidraad (pdf) staat beschreven waar tijdens de contactmomenten alert op te zijn.
  • Op 28 mei is de Handreiking voor het opstarten van poliklinische non-COVID zorg (pdf) gepubliceerd, opgesteld door de FMS in samenwerking met NHG, LHV en Patiëntenfederatie Nederland. Naast praktische adviezen voor het opschalen van de poliklinische zorg, biedt de handreiking suggesties voor werkafspraken tussen huisartsen en medisch specialisten bij verwijzing en follow up van een patiënt. Zie voor meer informatie ook het nieuwsbericht ‘Afstemming met huisartsen belangrijk in opschalen poliklinische zorg’ van de LHV.
      

Update 27 mei

  • Per 1 juni wordt in principe het landelijk beleid dat iedereen met vermoeden van COVID-19 zich kan laten testen. Dit zal gaan verlopen via de teststraten van de GGD. De GGD voert vervolgens het bron- en contactonderzoek uit. Voor de huisarts is er vooral een indicatie om te testen als het consequenties heeft voor het medisch behandelbeleid of voor de organisatie van zorg. Hiervoor heeft het NHG in samenwerking met het RIVM het advies ‘Moleculaire diagnostiek naar COVID-19 in de huisartsenpraktijk’ geformuleerd. Hierin staan o.a. de volgende aanbevelingen:
    • Zet PCR diagnostiek naar COVID-19 in, indien de testuitslag consequenties heeft voor het behandel- en monitorbeleid bij patiënten met een gecompliceerde luchtweginfectie.
    • Zet PCR diagnostiek naar COVID-19 in, indien de testuitslag consequenties heeft voor de organisatie van zorg.
    • Indien PCR diagnostiek naar COVID-19 wordt ingezet, houdt rekening met de volgende factoren:
      • neem een keel- èn neusuitstrijk af in de acute fase (grofweg de eerste week)
      • neem een keeluitstrijk (bij verdenking op COVID-19) af van de achterwand van de keel (waar het virus vermenigvuldigt). Kijk voor de juiste afnametechniek op de LCI-website.
      • houd rekening met een fout negatieve testuitslag en overweeg opnieuw te testen bij hoge verdenking op COVID-19.

Zie ook ‘Aanvullend onderzoek’.

  • Er is meer bekend geworden over de serologische antilichaamtests. Een serologische test kan aangevraagd worden via een laboratorium. De test geeft informatie over of iemand COVID-19 heeft doorgemaakt. Vraag de test aan > 10 dagen na de eerste ziektedag en bij voorkeur na 3 tot 4 weken, omdat de test dan de hoogste gevoeligheid heeft.
  • Psychische gevolgen van corona: 
    • Het ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum voorziet in samenwerking met het RIVM één loket gericht op het bevorderen van de mentale gezondheid: het Informatie- en Verwijscentrum COVID-19.
    • Op de website van PsyHAG kunt u ook informatie vinden t.a.v. de psychische gevolgen van corona. De kaderhuisartsen geven een actueel overzicht met informatie over zorg voor de zorgverleners, informatie voor de patiënt en ondersteuningsmateriaal voor het werk van de huisarts, POH-GGZ, POH-jeugd en POH-S.
        

Update 20 mei

  • Op Thuisarts.nl is een tekst toegevoegd over tromboseprofylaxe bij COVID-19 en welke patiënten daar mogelijk voor in aanmerking komen.
  • De NHG-Leidraad ‘Stollingsafwijkingen bij COVID-19 voor de huisarts’ is vandaag gepubliceerd. De kernboodschappen van deze leidraad zijn:  
    • Verricht bij patiënten met COVID-19 alleen een D-dimeertest bij een klinische verdenking op diep veneuze trombose (DVT) of longembolie en niet om de ernst van de infectie te bepalen.
    • Overweeg alleen profylactisch LMWH bij patiënten met (een hoge verdenking op) COVID-19 die hierdoor (arbitrair > 3 dagen) bedlegerig zijn en een voorgeschiedenis van een DVT of longembolie hebben of een actieve maligniteit hebben.
    • Schrijf geen profylactisch LMWH voor aan andere patiënten met (een hoge verdenking op) COVID-19 die thuis verblijven.
  • Er bestaat nog veel onzekerheid over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van serologische antilichaamtests. De betrouwbaarheid hangt onder meer af van het moment van testen (aantal dagen na 1e ziektedag) en de ernst van de ziekte. Ook is nog onduidelijk of de aanwezigheid van antilichamen correleert met een totale immuniteit tegen re-infectie. Er is daardoor ook veel onzekerheid over de betekenis van de uitslag, een positieve of negatieve serologische test, bij individuele patiënten.
    • We adviseren om vooralsnog terughoudend te zijn met het aanvragen van serologische antilichaamtests in het laboratorium naar COVID-19 voor individuele patiëntenzorg. Als u de test wel uit laat voeren, doe dit dan > 10 dagen na de eerste ziektedag.
    • We raden het gebruik van de point-of-care antilichaamtests (sneltests) naar COVID-19 af.
    • Zie voor meer informatie het Advies serologische antilichaamtests naar COVID-19.

Update 15 mei

  • Op Thuisarts.nl zijn teksten gepubliceerd over het herstel na een IC-opname met corona.
  • Er zijn enkele casus gemeld van huidafwijkingen bij bewezen COVID-19 patiënten. Het beeld varieert van een rash, urticaria, tot huidafwijkingen aan de acra (lijkend op perniones). Deze huidafwijkingen worden soms bij het begin van de ziekte gezien, maar soms ook later in de ontwikkeling van het ziektebeeld. Ook worden huidafwijkingen gerapporteerd bij asymptomatische patiënten. De prognose van de huidafwijkingen lijkt goed (zie Symptomen en beloop).
  • Voor kinderen t/m 12 jaar waarbij er géén vermoeden is van COVID-19 kan voor alle handelingen (m.u.v. aerosolvormende handelingen) worden volstaan met basis-hygiënische maatregelen (zie Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM).
  • Het CBS geeft advies voor correct gebruik van COVID-19 op de doodsoorzaakverklaring (B-formulier). Het volgen van deze adviezen zal bijdragen aan de correcte registratie van de doodsoorzaken en naast de productie van accurate statistiek, ook in de nabije toekomst bijdragen aan de vele beleid- en onderzoeksdoeleinden.
  • Een advies over serologische tests zal volgende week volgen.

 Update 7 mei

Update 6 mei

Update 1 mei

Update 24 april

    • Voor de praktische uitvoering van het testen van hoogrisico-patiënten op COVID-19 zijn afspraken gemaakt door NHG, LHV en InEen met de GGD-GHOR en het ministerie van VWS. Deze afspraken zijn gevat in een leidraad Uitvoering testen op COVID-19 bij patiënten extramuraal.
    • De Leidraad zuurstofgebruik thuis bij (verdenking op / bewezen) COVID-19 is gepubliceerd. Hierin vindt u bij welke indicatie zuurstoftherapie thuis gestart kan worden, welk doel het dient en welke werkwijze u kunt volgen.
    • De risicogroepen met een verhoogd risico op ernstig beloop zijn scherper omschreven, met name wat betreft chronische hart- en longaandoeningen en diabetes. Tevens zijn ernstig leverlijden (Child-Pugh classificatie B of C) en morbide obesitas (BMI > 40) toegevoegd.
    • De informatie over zwangerschap en COVID-19 is uitgebreid. Er zijn geen aanwijzingen dat het krijgen van COVID-19 bij een gezonde zwangere anders verloopt dan bij een niet-zwangere. Maar net als sommige andere virale respiratoire infecties kunnen complicaties zoals een pneumonie en koorts bij een zwangere ernstig verlopen. Dit geldt met name voor het derde trimester (> 28 weken) van de zwangerschap, vanwege de mechanische beperking van de groeiende buik met als gevolg verkleining van de longcapaciteit. Dit geldt dus niet alleen voor COVID-19, maar ook voor andere luchtweginfecties.

Update 22 april

Het registratieadvies ten aanzien van COVID-19 is verhelderd. De aangepaste versie kunt u lezen in ‘Geen ICPC-code voor het coronavirus’. 

Update 17 april

      • Geleidelijk hervatten van zorg aan niet-coronapatiënten
        Door de pandemie van het nieuwe coronavirus is de organisatie van zorg in de huisartsenpraktijken aangepast om de zorg voor (mogelijke) COVID-19 patiënten in te richten en is daarnaast alleen nog ruimte voor het verlenen van acute en niet-uitstelbare zorg. Daardoor is de overige zorg voor patiënten uitgesteld. Nu de landelijke curve van COVID-19 patiënten lijkt af te vlakken, is het moment daar om de niet-coronazorg weer geleidelijk aan op te pakken. Of hier al tijd en ruimte voor is hangt af van mate waarin uw regio en praktijk zijn getroffen door het coronavirus of nog getroffen worden door een uitbraak van het coronavirus en daarmee de beschikbare capaciteit binnen uw praktijk.

        Doel van deze informatie is om, gegeven de maatregelen van het RIVM om verspreiding van het coronavirus te voorkomen, een veilig en efficiënt beleid te ontwikkelen om de overige  zorg voor uw patiënten weer op te pakken. Uiteraard blijft het noodzakelijk dat u de stappen aanpast naar uw eigen mogelijkheden en waar nodig afstemt met uw regionaal huisartsen netwerk.
      • De Leidraad Verwijzing van de volwassen patiënt met een verstandelijke beperking en (verdenking op) COVID-19 gaat over besluitvorming op medisch inhoudelijke gronden, zoals dit past binnen goed medisch handelen. Leidend hierin is de actuele gezondheidssituatie van de individuele patiënt met een verstandelijke beperking in het licht van zijn/haar ziektegeschiedenis, uitgangssituatie en behandelmogelijkheden. Dit wordt besproken met de patiënt en zijn/haar wettelijk vertegenwoordiger/naasten in het proces van samen beslissen. Het doel van deze leidraad is de juiste zorg op de juiste plek voor de individuele patiënt met een verstandelijke beperking.
      • Uitleg over de techniek van een keel- en neusuitstrijk ten behoeve van diagnostiek naar COVID-19 inclusief een instructievideo kunt u vinden op de website van het RIVM.

Update 15 april

      • Stress is bijna onvermijdelijk tijdens de huidige coronacrisis. Dit geldt voor patiënten, maar ook voor zorgverleners. Op de pagina psychosociale zorg in het dossier Coronavirus vindt u informatie die u kan helpen bij de psychosociale zorg in de huisartsenpraktijk gedurende de coronacrisis, zowel voor patiënten als voor u en uw team.

Update 10 april

      • Het NHG heeft een medicatiebewakingsadvies geformuleerd voor in de huisartspraktijk dat betrekking heeft op patiënten die (hydroxy)chloroquine voorgeschreven hebben gekregen in het ziekenhuis. Dit in verband met mogelijke interacties. Verder hebben het Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen (KenBis) en de Clozapinepluswerkgroep specifieke controle adviezen opgesteld voor alle patiënten die lithium of clozapine gebruiken. Zie: Aandachtspunten bij medicatie bewaking van COVID-19 patiënten

Update 9 april

      • Vanwege de coronacrisis heeft de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) een regeling getroffen voor herregistratie. Alle specialisten en profielartsen behouden dit jaar hun registratie in de registers van de (RGS) zodat artsen inzetbaar blijven. Daarnaast krijgen zij die zich in de periode van 1 maart 2020 tot 1 januari 2021 moeten herregistreren een tegemoetkoming in de herregistratie-eisen van 10%. Zie voor meer informatie het nieuwsbericht 'Tegemoetkoming herregistratie-eisen in tijden van corona'
      • Op Thuisarts.nl is een corona-vragentest gelanceerd. De corona-vragentest gaat in op symptomen en alarmsignalen en doet uitvraag over het risicoprofiel van de bezoeker. Bij een combinatie van gezondheidsklachten wordt geadviseerd contact op te nemen met de huisarts of huisartsenpost.
      • Huisartsen op de huisartsenpost kunnen voor de duur van de coronacrisis ook de professionele samenvatting zien van patiënten die daar komen en die nog geen expliciete toestemming hebben gegeven
      • Adviezen vanuit de NVSHA, NHG, Ineen en FMS voor een eenduidige Afstemming bij beoordeling COVID-19 patiënt op SEH en besluit tot geen opname.

Update 7 april

      • Naast alle zorg voor patiënten met een (mogelijke) COVID-19-besmetting, zijn er ook nog veel patiënten met andere klachten die aandacht vragen van de huisarts en het team in de huisartsenpraktijk. Sommige van die klachten kunnen niet (langer) worden uitgesteld. Hoe kunt u op een goede en veilige manier de zorg voor deze patiënten organiseren? LHV en NHG hebben daarvoor de praktische tips voor de huisartsenpraktijk uitgebreid. Ook is onder Hulpmiddelen voor uw praktijk een nieuwe voorbeeldtekst voor de praktijkwebsite beschikbaar: Wat kunt u doen bij vragen over ziekte en gezondheid die niet gaan over corona?
      • Er is een Handvat voor gesprekvoering met kwetsbare patiënten over behandelwensen geschreven. Hier vindt u handvatten voor het gesprek dat door de huisarts of eventueel poh gevoerd kan worden met de kwetsbare patiënt ten tijde van de coronacrisis.
      • In het onderdeel Achtergronden zijn de atypische klachten duidelijker benoemd, zoals gastro-intestinale klachten, conjunctivitis of anosmie/ageusie. Deze informatie is tevens verwerkt in de onderdelen Telefonische triage en Handelen bij klinische beoordeling.
      • Er zijn praktische adviezen over behandeling met zuurstof thuis toegevoegd. Van de patiënten met wie thuisbehandeling is overeengekomen, is er een kleine groep die in aanmerking komt voor zuurstof behandeling thuis. Het betreft niet-terminale COVID-19-patiënten met ernstige hypoxie die kans maken op herstel. In de palliatieve setting is geen plek voor O2 behandeling bij COVID-19-patiënten die het voorheen nog niet gebruikten. Later deze week volgt nog meer informatie. Zie voor meer informatie https://corona.nhg.org/behandeling/: onderdelen Thuisbehandeling en Palliatieve zorg bij patiënten met COVID-19.

Update 6 april

      • De COVID-19 pandemie vraagt veel van alle artsen. De visualisatie ‘Zorg voor de huisarts’ kan u mogelijk ondersteunen. Daarnaast bieden coaches voor medici kosteloos een luisterend oor
      • Er is discussie over de kwaliteit en behoefte aan duidelijkheid over het inzetten van ademhalingsmaskers van diverse herkomst. Bepaalde ademhalingsmaskers die buiten de EU (o.a. China en de VS) zijn goedgekeurd, blijken gelijkwaardig aan FFP2- en FFP3-maskers die voldoen aan de Europese norm. Welke ademhalingsmaskers goedgekeurd zijn, kunt u lezen in het bericht van de IGJ
      • Mondmaskers die binnen komen in het centraal distributiecentrum worden getest of ze voldoen aan de minimale eisen voor een FFP1 of FFP2-masker. Tot nog toe blijkt dat het materiaal vaak van goede kwaliteit is, maar de pasvorm van Aziatische maskers sluit soms minder goed aan op Europese gezichten waardoor lekkage kan optreden. Het advies aan de gebruiker is om mondkapjes voorafgaand aan gebruik te onderwerpen aan een ‘fit-test’. Het document ‘Controle van adembeschermingsmaskers’ geeft verdere duidelijkheid. Zie ook eisen persoonlijke beschermingsmiddelen
      • Er dreigt een tekort aan amoxicilline, amoxicilline-clavulaanzuur en doxycycline. Om die reden heeft amoxicilline in een dosering van 3dd 500 mg de voorkeur bij de behandeling van patiënten met de waarschijnlijkheidsdiagnose pneumonie (zie ook behandeladviezen bij patiënten met acuut hoesten).

Update 3 april

      • Gezien de dreigende tekorten aan antibiotica heeft amoxicilline in een dosering van 3dd 500 mg de voorkeur bij de behandeling van patiënten met de waarschijnlijkheidsdiagnose pneumonie (zie ook behandeladviezen bij patiënten met acuut hoesten).
      • Er zijn verschillende digitale corona-checks of vragentests beschikbaar, waarmee mensen adviezen krijgen ten aanzien van COVID-19. Het NHG is niet betrokken bij de totstandkoming van deze vragentests en kan alleen iets zeggen over de algemene voorwaarden ervan. Het NHG lanceert op 9 april een coronatest op Thuisarts.nl.
      • Sneltesten COVID-19
        Het NHG krijgt veel vragen over mailings aan huisartsen, waarin COVID-19 sneltesten worden aangeboden. In deze berichten wordt vermeld dat men hiermee ziekte en/of immuniteit aan kan tonen. Het gebruik van deze sneltesten kunnen wij op dit moment nadrukkelijk niet aanbevelen.

        Sneltesten moeten aan hoge eisen voldoen om een betrouwbaar antwoord te geven. Bovendien wordt de betrouwbaarheid mede bepaald door de a priori kans dat iemand besmet is. De aangeboden testen zijn veelal onvoldoende betrouwbaar en zeker niet gevalideerd voor gebruik in de eerste lijn. Het kan dan ook tot risicovolle situaties leiden indien huisartsen deze testen gaan gebruiken en hier beleid op maken.
        Er wordt momenteel gewerkt aan een advies over wanneer welke diagnostiek het beste kan worden ingezet. Dit advies volgt hopelijk volgende week (week 15).

Update 2 april

      • Diagnostiek bij vermoeden van COVID-19 in de huisartsenpraktijk
        Het NHG heeft in samenwerking met het RIVM advies uitgebracht over diagnostiek naar COVID-19 in de eerste lijn. In de komende weken zullen geleidelijk meer testen beschikbaar komen. Zolang er nog een capaciteitstekort is, zal er nog steeds goed bekeken moeten worden wie wel/niet getest wordt.
        Diagnostiek kan zinvol zijn voor het organiseren van de zorg bij patiënten met (mogelijk) COVID-19. Denk aan patiënten die gebruik maken van thuiszorg of die gaan verblijven in een zorginstelling.
        Voor het behandelbeleid heeft diagnostiek naar COVID-19 in de eerste lijn in het algemeen weinig meerwaarde, aangezien er geen (vroeg)behandeling beschikbaar is. Soms zal diagnostiek bijdragen aan het bepalen van het inzetten of nalaten van een behandeling als het gaat om patiënten met risicofactoren voor een ernstig beloop of als het gaat om patiënten met een pneumonie.

        Diagnostiek bij hulpverleners buiten het ziekenhuis
        Berichtgeving over het testbeleid bij hulpverleners buiten het ziekenhuis en de precieze uitwerking hiervan volgt spoedig, mogelijk nog voor het weekend.

      • De toolkit Symptoombestrijding in de thuissituatie bij patiënten met een COVID-19 in de laatste levensfase (definitieve versie) is gemaakt in samenwerking met andere partijen.

Update 1 april

Update 27 maart

Update 26 maart

Update 25 maart

      • De Richtlijn Inzet en testbeleid van medewerkers in de huisartsenpraktijk is gepubliceerd. Bij een medewerker met symptomen van COVID-19 ( hoesten en/of neusverkouden en/of koorts) worden 4 vragen doorlopen, waarbij er in een aantal gevallen de optie volgt om (zo mogelijk) te testen op COVID-19. Het doel van deze richtlijn is om zorgmedewerkers met luchtwegklachten in de basis niet in te zetten bij (kwetsbare) patiënten, door ze thuis te laten blijven of alternatieve werkzaamheden te laten verrichten. Is er geen alternatief mogelijk, dan zijn er enkele oplossingen: testen en in afwachting van de uitslag werken met mondneusmasker en handsschoenen.
      • Als de trombosedienst de zorg rondom vitamine K-antagonisten niet goed kan borgen, bijvoorbeeld doordat patiënten niet aan huis bezocht kunnen/mogen worden, dan kan de huisarts overwegen om de patiënt om te zetten naar een DOAC. In ‘Overzetten VKA naar DOAC tijdens corona-epidemie’ vindt u hierover advies.
      • Overwegingen bij kwetsbare patiënten om te beoordelen of ziekenhuisopname met eventueel IC opname meerwaarde heeft. Er wordt gewerkt aan een leidraad, behulpzaam bij de keuze om patiënten al dan niet in te sturen en het verdere beleid (24 maart).
      • Het NTVG heeft een klinische les gepubliceerd: ‘Luchtwegklachten in tijden van corona’.

Update 24 maart

      • Overweeg pro-actief te zijn met 'advanced care planning' bij kwetsbare patiënten. Houd rekening met de beperkte therapeutische opties en de afweging of de patiënt in staat is langdurige beademing (vaak 3-4 weken) te ondergaan en hiervan te revalideren. Er wordt gewerkt aan een leidraad, behulpzaam bij de keuze om patiënten al dan niet in te sturen en het verdere beleid.
      • De SpoedHAG heeft de flowchart Hulp bij fysieke beoordeling en beleid bij COVID-19 gemaakt.
      • Het is van belang om, ondanks de COVID-19 pandemie, breed te blijven kijken zoals huisartsen gewend zijn te doen. Denk bij een luchtweginfectie ook aan andere verwekkers en neem ook bij kinderen risicofactoren voor een gecompliceerd beloop in acht.
      • Adviezen voor palliatieve zorg bij patiënten met COVID-19 staan beschreven op https://palliaweb.nl/corona. Er wordt gewerkt aan verdere ondersteunende documenten.

Update 23 maart

      • Patiënten met een (mogelijke) besmetting met COVID-19 kunnen zelfs na 8 dagen (range 5 – 13 dagen) alsnog verslechteren. Volg de ABCDE-systematiek. Het klinisch beeld is bepalend voor wel/geen opname. Indien de patiënt zuurstofbehoeftig wordt (lage saturatie <92%-94% en/of toegenomen ademfrequentie > 24/minuut), of klinisch snelle achteruitgang laat zien, dan is dit een reden voor overleg met een longarts en waarschijnlijk ziekenhuisopname.
      • De adviezen t.a.v. persoonlijke beschermingsmiddelen zijn verduidelijkt. (23 maart).

Update 22 maart

Update 20 maart

      • Dosering amoxicilline en virale conjunctivitis: De dosering van amoxicilline voor de behandeling van pneumonie is aangepast naar 3 dd 750 mg voor 5 dagen, in plaats van 3 dd 500 mg voor 5 dagen. (Aanvullende behandeladviezen)
      • 1-3% van de patiënten COVID-19 heeft virale conjunctivitis [AAO]. Zie voor diagnostiek en beleid: NHG-Standaard Rood oog en oogtrauma. Zeker in de huidige periode hoeven patiënten met conjunctivitis, zonder alarmsymptomen, niet door de huisarts of de oogarts te worden gezien.

Update 19 maart

      • Testbeleid buiten het ziekenhuis: Het testen van patiënten op COVID-19 heeft geen meerwaarde voor de individuele patiëntenzorg in de thuissituatie. Het verandert het behandelbeleid niet. Zorgverleners dienen bij een patiënt verdacht van COVID-19 persoonlijke beschermingsmaatregelen te gebruiken. Mocht een patiënt met dergelijk ziektebeeld ingestuurd moeten worden naar het ziekenhuis zal testen in het ziekenhuis gedaan worden. Indien een huisarts in de thuissituatie, in uitzonderlijke gevallen, toch diagnostiek wil inzetten naar COVID-19, dan dient hij/zij dit zelf regelen, zo nodig in overleg met het lokale laboratorium en/of GGD.

Update 17 maart

      • Volg bij patiënten met luchtwegklachten zoals hoesten of kortademigheid de NHG-Standaard Acuut hoesten. Deze is, ook in de tijd van mogelijke besmettingen met het coronavirus, nog altijd van toepassing.
      • Voor bepaling van het CRP: zie de indicaties en de interpretatie en consequenties voor het beleid de paragraaf aanvullend onderzoek uit de NHG-Standaard Acuut hoesten.
      • Als u een X-thorax geïndiceerd vindt: overleg dan van tevoren met het ziekenhuis vanwege de te nemen maatregelen in verband met het coronavirus.
      • Bij de behandeling van een gecompliceerde luchtweginfectie met antibiotica is amoxicilline nog steeds het middel van eerste keus. Het is niet raadzaam om bij deze diagnose aan patiënten in de eerste lijn azitromycine als eerste keus voor te schrijven.
      • Patiënten met astma of COPD die een toename van klachten ervaren óf een longaanval doormaken, worden conform de daarvoor geldende NHG-Standaarden Astma bij kinderen, Astma bij volwassenen en COPD behandeld met luchtwegverwijders, inhalatiecorticosteroïden of prednison oraal.
      • Indien de patiënt zuurstofbehoeftig wordt (lage saturatie <92%-94% of toegenomen ademfrequentie > 24/minuut), dan is dit een reden voor ziekenhuisopname.
      • Er circuleert een protocol vanuit het Erasmus MC voor de behandeling van patiënten die opgenomen zijn in het ziekenhuis vanwege een infectie met het coronavirus. Dit protocol is NIET van toepassing voor de eerste lijn (deze informatie is afgestemd met de NVALT, sectie infectieziekten, RIVM, SWAB en het Erasmus MC).
      • Vernevelen wordt niet aangeraden vanwege de (toegenomen) kans op verspreiding van het coronavirus.
      • Bij de symptoombestrijding van griepachtige klachten zoals keel- of spierpijn is paracetamol eerste keus omdat het minder bijwerkingen heeft dan NSAID’s. Het lijkt niet aannemelijk dat het gebruik van NSAID’s het herstel van COVID-19 zou vertragen.
      • Patiënten die antihypertensiva gebruiken, zoals RAS-remmers, worden geadviseerd om hun behandeling onveranderd voort te zetten. Er is geen bewijs dat het gebruik van deze middelen een negatief effect zou hebben op het beloop van infecties door het coronavirus.

Update 16 maart

Nieuw in het dossier zijn:

      • Oproep: het RIVM is druk bezig met een advies voor het hergebruiken van PBM. Bewaar alvast uw gebruikte PBM in een gesloten plastic zak (maskers en schorten apart) tot het advies bekend is!
      • Overweeg om tijdens alle spreekuren gebruik te maken van een (dokters)jas met lange mouwen als beschermingsmiddel, mits u deze na gebruik wast op 60 graden.
      • Geef bij voorkeur paracetamol bij pijnklachten. We zien geen bewijs dat NSAID's schadelijk zijn bij COVID-19. Wel hebben NSAIDS in het algemeen meer bijwerkingen dan paracetamol, zeker bij oudere mensen.
      • Het beleid bij koorts en luchtwegklachten is geactualiseerd.
      • Het kabinet heeft op zondag 15 maart aanvullende maatregelen genomen in de aanpak van het coronavirus. Scholen en kinderdagverblijven sluiten tot en met maandag 6 april. Datzelfde geldt voor eet- en drinkgelegenheden en sport- en fitnessclubs. Iedereen in Nederland wordt gevraagd om waar mogelijk 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren. Ook bijvoorbeeld bij het boodschappen doen.
      • De LHV heeft in afstemming met het NHG en het RIVM een praktische richtlijn voor huisartsen gepubliceerd.
      • In het dossier is het testbeleid buiten het ziekenhuis aangepast. Alleen patiënten die verdacht zijn van COVID-19 en een verhoogd risico hebben op ernstig verloop worden getest als dit van belang is voor de verdere behandeling. De huisarts bepaalt op klinische gronden of er bij personen met een verhoogd risico een indicatie is om te testen. De huisarts doet de triage op grond van zijn kennis van de medische situatie van de patiënt.
      • Bij de veelgestelde vragen zijn de vragen 'Wat is de incubatietijd van het coronavirus?' en de vraag 'Welke verschijnselen kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus?' aangepast. Nieuwe veelgestelde vragen zijn:
        • Welke patiënten behoren tot een risicogroep voor een gecompliceerd beloop van COVID-19?
        • Geeft zwangerschap een verhoogde kans op een ernstig beloop van COVID-19?

Update 13 maart

Nieuw in het dossier zijn:

      • Overgang naar de mitigatiefase.
        In deze fase is de zorg vooral gericht op het beschermen van de oudere en kwetsbare personen. Maatregelen zijn vanaf nu vooral gericht op het beschermen van oudere en kwetsbare personen (met een hoog risico op ernstig beloop van COVID-19) en het in stand houden van de gezondheidszorg. De huisartsenzorg moet door blijven gaan.
      • De casusdefinitie 'verdacht geval' is aangepast.
        De epidemiologische link met een bevestigde patiënt of terugkeer uit een regio met wijdverspreide transmissie is losgelaten. De meest actuele definitie is te vinden op de website van RIVM
      • Praktische maatregelen in de huisartsenpraktijk in de mitigatiefase. Concrete adviezen zullen moeten worden opgesteld en uitgewerkt worden op regionaal niveau, aangezien ze afhankelijk zijn van de mogelijkheden in de praktijken/regio’s. Houdt de berichtgeving via uw huisartsengroep, zorggroep en andere bekende kanalen in uw regio in de gaten (GGD, crisisteams). Ter oriëntatie kunt u de LHV Toolkit Uitbraak Infectieziekten raadplegen.
      • Meldplicht en contact met GGD.
        Het beleid t.a.v. de meldplicht wordt aangepast. U hoeft geen contact met de GGD op te nemen bij patiënten met koorts of luchtwegklachten. U kunt contact opnemen met de arts Infectieziektebestrijding van de GGD indien u diagnostiek naar COVID-19 wilt laten doen bij een patiënt met duidelijke klachten (koorts en luchtwegklachten) die behoort tot de groep met een verhoogde kans op ernstig beloop.
      • Testbeleid buiten het ziekenhuis.
        Buiten het ziekenhuis worden alleen nog personen met een verhoogde kans op ernstig beloop getest wanneer zij een ziektebeeld ontwikkelen passend bij COVID-19, gepaard gaande met koorts > 38 graden EN respiratoire symptomen (hoesten of kortademigheid) als dit van belang is voor de verdere behandeling.
        Personen met een verhoogde kans op ernstig beloop zijn:
        • personen van 70 jaar en ouder;
        • personen met onderliggend lijden (conform de indicatie voor de jaarlijkse griepvaccinatie).
      • Telefonische triage.
        De stroomschema’s die eerder zijn opgesteld zijn niet meer geldig. Zie het dossier bij telefonische triage.
      • Informatie van het RIVM.
        Er zijn in het dossier praktische suggesties opgenomen voor als u meerdere patiënten met luchtwegklachten achter elkaar ziet.

Update 12 maart

Advies over bijwonen vergaderingen en niet-patiëntgebonden bijeenkomsten

De KNMG adviseert alle bijeenkomsten met artsen via videoconferentie te laten plaatsvinden of op te schorten. Het NHG schaart zich achter het KNMG-advies. De nieuwe maatregel is geen richtlijn voor alle situaties. Individuele dokters blijven hun eigen verantwoordelijkheid houden.

Huisartsen en hun medewerkers in de huisartsenpraktijk zijn onmisbaar in de zorg. Zij lopen ook een groter risico om met kwetsbare patiënten in contact te komen. Het nieuwe advies voor (huis)artsen draagt bij aan de bescherming van zorgprofessionals en de kwetsbare patiënten. Wij hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om verspreiding van COVID-19 zo veel mogelijk te voorkomen. Het advies aan (huis)artsen om geen bijeenkomsten bij te wonen, draagt hier aan bij.

Het NHG raadt huisartsen en hun medewerkers daarom af om externe bijeenkomsten, overleggen en vergaderingen van groepen zorgprofessionals bij te wonen die niet direct met hun patiëntenzorg te maken hebben of die niet noodzakelijk zijn

Per veiligheidsregio kan de directeur publieke geneeskunde (GGD/GHOR) tot aangescherpte maatregelen komen. Dit advies geldt tot nader order.

Verspreiding beschermingsmiddelen

Achter de schermen werkt de ROAZ hard aan de structuur voor de distributie van medische hulpmiddelen die zeer beperkt tot niet leverbaar zijn en essentieel zijn voor de voortzetting van de gezondheidszorg. De ROAZ-structuur wordt gebruikt om de distributie voor dergelijke hulpmiddelen zo goed mogelijk te faciliteren, zodat de partijen die dit het hardst nodig hebben er beschikking over krijgen. Zodra wij meer weten, informeren wij u uiteraard.

NHG-bijeenkomsten en werkgroepen

Alle bijeenkomsten die gepland staan vanuit het NHG gaan vooralsnogPBM tijdens non-COVID-zorg De aanbevelingen t.a.v. PBM tijdens non-COVID-zorg zijn aangepast. Vanwege de hoge prevalentie COVID-19 in Nederland wordt in aanvulling op de basisset algemene preventieve adviezen (triage, 1,5m afstand, hygiëneadviezen, thuisblijven & testen bij klachten) het preventief gebruik van mondneusbescherming in de non-COVID-zorg geadviseerd. Dit advies is aanvullend op de reeds bestaande adviezen in Persoonlijke beschermingsmiddelen en wordt uitgebreider besproken in het achtergronddocument ‘Preventief gebruik PBM bij patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19‘. Tevens is het stroomdiagram ‘Telefonische scheiding patiëntenstromen non-COVID-19 en (mogelijk) COVID-19‘ hier op aangepast. Voor het preventief gebruik van mondneusbescherming in de non-COVID-zorg zijn de volgende overwegingen van belang: Met triage op klachten blijken in de huisartsenpraktijk, om uiteenlopende redenen, een deel van de symptomatische personen (of personen met een recent risicocontact COVID-19) niet geïdentificeerd. Met het stijgen van de prevalentie wordt de kans op het treffen van een pre- of asymptomatische persoon met COVID-19 hoger. In de recent aangepaste Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS adviseert men om bij patiënten waarbij er géén vermoeden is van COVID-19 preventief gebruik te maken van een chirurgisch mondneusmasker of een face shield indien er sprake is van een langer durend contact (>15min) binnen <1,5m. Huisartsenconsulten duren veelal niet langer dan 15 minuten, maar huisartsen hebben veel contacten per dag met verschillende patiënten (o.a. patiënten die behoren tot een risicogroep voor een gecompliceerd beloop). De handelingen die huisartsen verrichten zijn divers van aard en variëren van weinig risico op transmissie tot risicovolle handelingen afhankelijk van de aard van de handeling en de intensiteit van het contact. Aanbevelingen Gebruik bij patiënten zonder vermoeden van COVID-19 preventief mondneusbescherming tijdens het spreekuur. Draag uw gehele werkdag (continu preventief) een chirurgisch mondneusmasker IIR of een face shield. OF Draag alléén als u binnen 1,5 meter moet komen (risicogestuurd preventief) een chirurgisch mondneusmasker IIR of een face shield. Gebruik een mondneusmasker maximaal 3 uur aaneengesloten; verwissel het eerder als het nat is geworden. Gebruik bij risicovolle handelingen en bij procedures die een groot risico op druppelvorming/spatten naast een chirurgisch mondneusmasker type IIR tevens een beschermende bril of een face shield. Bij voorkeur in combinatie met beschermende schort en wegwerphandschoenen. Lees meer over de voor- en nadelen van een face shield in vergelijking tot een mondneusmasker in ‘Gebruik van PBM’. Alle reanimaties volgens COVID-19 richtlijnen Momenteel is de prevalentie van COVID-19 dermate hoog dat het advies is om alle slachtoffers > 12 jaar met een circulatiestilstand bij een reanimatie te beschouwen als ‘Veronderstelde of bewezen COVID-19’. Zie ook Reanimatie ten tijde van COVID-19 en het document ‘Reanimatie ten tijde van de COVID-19 pandemie’. Dit advies volgt het besluit hierover van de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) op 9-10-2020. Landelijke lancering CoronaMelder Zaterdag 10 oktober heeft het ministerie van VWS De Coronamelder-app gelanceerd. De app stuurt een bericht als de gebruiker enige tijd in de buurt – binnen anderhalve meter – is geweest van iemand die besmet is met het coronavirus. Ook geeft de app advies over wat men dan het beste kan doen. In de app wordt verwezen naar Thuisarts.nl als onderdeel van het handelingsperspectief van de gebruiker. Krijgt u vragen van patiënten over de app of de notificaties, dan kunt u verwijzen naar de helpdesk. Deze is bereikbaar via het gratis telefoonnummer 0800-1280. De helpdesk is dagelijks open van 8-20 uur. Verder vindt u op coronamelder.nl antwoorden op de meest gestelde vragen. CoronaMelder gebruik door zorgmedewerkers tijdens spreekuren met PBM  De Coronamelder-app kan niet herkennen of een genotificeerde adequate PBM draagt ten tijde van een contact met een (later) bevestigde COVID-19. Om onterechte notificaties te vermijden, adviseren wij u om de app tijdelijk te pauzeren tijdens spreekuren/contacten waarbij volledige PBM (dus chirurgisch mondmasker IIR, oogbescherming, handschoenen en schort) wordt gedragen, zodat de app tijdelijk geen codes uitwisselt met andere telefoons. Zie ook: https://lci.rivm.nl/lci.rivm.nl/covid-19/bijlage/zorgmedewerkersinzetent.... Handreiking voor op- en afschalen reguliere poliklinische zorg De FMS heeft op 13 oktober de Handreiking voor keuzes bij het op-/afschalen van reguliere poliklinische zorg ten tijde van schaarste in de COVID-19 pandemie gepubliceerd. Met input van NHG, LHV en de Patiëntenfederatie Nederland is deze handreiking door de Federatie Medisch Specialisten en de wetenschappelijke verenigingen opgesteld. De handreiking biedt handvatten aan medisch specialisten en de besturen van zorginstellingen om de reguliere poliklinische zorg zo veel mogelijk te behouden. Hoewel ongewenst, is het afschalen van zorg tijdens deze tweede golf soms onvermijdelijk. De handreiking geeft adviezen over het veilig afschalen van zorg. Ook wijst de handreiking op het belang van het maken van goede afspraken tussen medisch specialisten, ziekenhuizen en huisartsen over de mogelijkheden van verwijzing en follow-up van patiënten. zo veel als mogelijk door, maar dan via video- of teleconferenties.

Update 11 maart

Het RIVM heeft een advies uitgebracht dat geldt voor zorgmedewerkers die werkzaam zijn buiten het ziekenhuis, bijvoorbeeld in de huisartsenzorg, thuiszorg of verpleeghuiszorg.

Landelijk telefoonnummer RIVM 0800-1351: het RIVM heeft een speciale informatielijn voor vragen over coronavirus geopend. Het nummer is 0800-1351. Bezorgde bellers kunnen naar dit nummer worden verwezen. Zo kan de stroom van vragen richting huisartsen en huisartsenposten worden beperkt.

Verder:

      • Actuele informatie en antwoorden op een aantal veelgestelde vragen vindt u ook in ons Dossier coronavirus.
      • Voor de meest actuele casusdefinitie, adviezen en overige informatie verwijzen wij u naar de website van RIVM, zie onder 3. Casusdefinitie.
      • Ook Thuisarts.nl biedt informatie over het coronavirus.
      • De GGD informeert huisartsen over het beleid in hun regio.