U bent hier

Veranderingen in bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

18 oktober, 2013

Minister Schippers van VWS heeft besloten om het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker te gaan verbeteren. Voortaan wordt eerst getest op aanwezigheid van het hoogrisicotype van het Humaan Papilloma virus (hrHPV). Dit voorkomt jaarlijks ongeveer 75 extra gevallen van baarmoederhalskanker en 18 sterfgevallen.

De minister neemt daarmee de belangrijkste aanbevelingen van de Gezondheidsraad en de uitvoeringstoets van het RIVM over. De invoering start vanaf 2016. Tot die tijd loopt het bevolkingsonderzoek in de huidige vorm door.

Zelfafnameset aanvragen

Ook heeft de minister besloten om een zelfafnameset beschikbaar te stellen. Vrouwen die na de uitnodiging geen afspraak hebben gemaakt voor het laten maken van een uitstrijkje kunnen een zelfafnameset aanvragen. Dit wijkt af van de aanbeveling in de uitvoeringstoets waarbij de zelfafnametest automatisch werd toegestuurd aan non-responders. De minister heeft hiertoe besloten omdat zij veel waarde hecht aan autonomie en de zelfafnameset niet ongevraagd wil toesturen als iemand geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod tot screening.

Wat verandert er voor de huisartsenpraktijk

Het onderzoek in de vorm van een uitstrijkje verandert niet, wel de manier waarop dit verwerkt wordt in het lab: eerst een HPV-test en na positieve HPV-test volgt cytologie.

Vrouwen die meedoen aan het vernieuwde bevolkingsonderzoek moeten nog steeds een uitstrijkje laten maken bij de huisarts. Zij krijgen wel een andere uitslag: er is wel of geen hrHPV gevonden. Geen hrHPV in een uitstrijkje geeft meer zekerheid dat er binnen 10-15 jaar geen baarmoederhalskanker ontstaat. Vrouwen zónder hrHPV hoeven daarom minder vaak een uitstrijkje te laten maken. Een uitstrijkje mét hrHPV wordt alsnog beoordeeld op de aanwezigheid van afwijkende cellen. Bij aanwezigheid van hrHPV en afwijkende cellen vindt verwijzing naar de gynaecoloog plaats. Wordt bij vrouwen wel hrHPV gevonden en zijn er geen afwijkende cellen aanwezig, dan worden zij voor de zekerheid 6 maanden later weer onderzocht op afwijkende cellen. Dit kan door opnieuw een uitstrijkje te laten maken bij de huisarts.

Invoering vanaf 2016

Het invoeren van het verbeterde bevolkingsonderzoek moet zorgvuldig gebeuren. De uitvoeringstoets vormt daarvoor het kader. De beroepsgroepen worden nauw betrokken bij de voorbereiding. Door onder andere de aanbestedingen duurt de voorbereiding twee jaar. In 2016 wordt het vernieuwde bevolkingsonderzoek ingevoerd.

Meer informatie en de brief van de minister en de uitvoeringstoets vindt u op de site van het RIVM.