U bent hier

Uitvoering van de voorste schuifladetest

 

  • positie van de patiënt: in rugligging met het bovenbeen op de onderzoeksbank en het onderbeen afhangend of zittend met afhangend been;
  • omvat de hiel en ondersteun de voetzool met de onderarm; breng de voet vanuit de nulstand (voet in 90° ten opzichte van het onderbeen) in 10 tot 15° plantairflexie;
  • omvat met de andere hand de voorzijde van het onderbeen ca. 10 cm boven de enkel;
  • vraag de patiënt te ontspannen;
  • beweeg de voet naar ventraal bij gefixeerd onderbeen.

Interpretatie: de test is positief als de voet ten opzichte van het onderbeen circa 1 cm of meer naar ventraal beweegt in vergelijking met de gezonde zijde.