U bent hier

Urineweginfecties (LESA Laboratoriumdiagnostiek)

Deze samenvatting is geactualiseerd in juni 2020 ten opzichte van de versie uit 2013.

Inhoud

  1. Diagnostiek
  2. Vervolgdiagnostiek
  3. Controle na behandeling

1. Diagnostiek urineweginfectie

Bepalingen

  • Nitriettest, leukotest, erytest (urineteststrook)

Indicatie

  • Vermoeden van een urineweginfectie
  • Verricht geen test bij patiënten met verblijfskatheter en kwetsbare ouderen met aspecifieke klachten en symptomen

Achtergrondinformatie bij de bepalingen

Nitriettest

Ongeveer 25% van de uitslagen is fout-negatief (onder andere door: urine niet lang genoeg in de blaas).

Leukocytentest

Uitslag kan fout-positief zijn bij:

  • contaminatie vanuit de vagina
  • urethritis
  • andere koortsende ziekten, vooral bij kinderen

Referentiewaarden

Nitriettest

Dichotome testuitslag

Leukotest

Ordinale testuitslag: een +1 resultaat van de teststrook wijst op circa 5-10 leukocyten per gezichtsveld*

* Sommige laboratoria rapporteren kwantitatieve uitslagen in SI-eenheden.

Verder beleid

Zie het stroomschema voor verder beleid.

2. Vervolgdiagnostiek

Bepalingen

  • dipslide
  • urinesediment
  • kweek met resistentiebepaling

Indicatie

Dipslide:

  • negatieve nitriettest, maar positieve leukocytentest
  • aanhoudend vermoeden van een urineweginfectie, ondanks negatieve nitriet- en leukocytentest

Urinesediment: als alternatief voor dipslide > 12 jaar

Kweek met resistentiebepaling:

  • tweemaal therapiefalen bij een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen
  • eenmaal therapiefalen bij een cystitis bij kwetsbare ouderen
  • cystitis bij patiënten die antibiotische profylaxe gebruiken
  • cystitis bij patiënten uit een risicogroep, met uitzondering van patiënten met goed gereguleerde diabetes mellitus
  • cystitis bij kinderen < 12 jaar
  • urineweginfectie met tekenen van weefselinvasie
  • aanhoudend vermoeden van een urineweginfectie terwijl urineteststrook, dipslide of sediment negatief blijven

Achtergrondinformatie bij bepalingen

Dipslide:

  • aflezen na minstens 18 uur (broedstoof) of 24 uur (kamertemperatuur)
  • voor schatting aantal kolonievormende eenheden: zie bijlage Groeidichtheid dipslide 

Kweek met resistentiebepaling:

  • bij voorkeur verse urine
  • monster dat voor inname van de antibiotica is afgenomen
  • op formulier vermelden:
    • tekenen van weefselinvasie
    • katheter-urine
    • of en wanneer antibiotica gebruikt zijn

Referentiewaarden

Dipslide (kweek)

Aantal kolonievormende eenheden van bacteriën: < 104/ml 

Sediment

Bacteriën < 20 per gezichtsveld

Leukocyten < 5 per gezichtsveld

Verder beleid

  • Bij een positieve uitslag behandelt de huisarts de patiënt meestal met antibiotica.
  • Stel de verloskundige op de hoogte bij een zwangere vrouw met een groep B-streptokok.

3. Controle na behandeling

Bepalingen

  • nitriettest, leukotest, erytest (urineteststrook)
  • dipslide
  • urinesediment
  • kweek met resistentiebepaling

Indicatie

  • > 1 week klachten na behandeling met alleen pijnstilling
  • geen duidelijke afname klachten 24-48 uur na afloop van een antibioticumkuur
  • kweek met resistentiebepaling:
    • bij niet-zwangere gezonde vrouwen bij aanhoudende klachten na tweede antibioticumkuur
    • standaard bij kinderen, risicogroepen en tekenen van weefselinvasie

Referentiewaarden

Nitriettest, leukocytentest (urineteststrook)

Zie paragraaf 1

Dipslide

Zie paragraaf 2

Sediment

Zie paragraaf 2

Kweek met resistentiebepaling

Zie paragraaf 2

Verder beleid

  • Bij gezonde, niet-zwangere vrouwen met een positieve nitriettest geeft de huisarts een tweede, alternatieve antibioticakuur.
  • De huisarts past zo nodig de behandeling aan op geleide van de kweekuitslag (zie NHG-Standaard Urineweginfecties).